Senioren die in een groene en goed onderhouden buurt wonen met voorzieningen om de hoek, bewegen meer dan hun leeftijdsgenoten die niet in zo’n buurt wonen.

10 procent van de ouderen is fysiek kwetsbaar, omdat zij weinig bewegen. Door een tekort aan beweging neemt hun conditie, loopsnelheid en kracht af. Een groene, goed onderhouden buurt blijkt hier volgens onderzoekers een positieve invloed op te hebben. Ook voorzieningen zoals winkels, een brievenbus en bushalte zorgen ervoor dat 65-plussers meer bewegen, blijkt uit een onderzoek van het Erasmus MC, waarop Astrid Schop-Etman promoveert.

Door meer te wandelen en fietsen hebben zij minder last van functionele beperkingen in het dagelijks leven. Ze kunnen langer zelfstandig boodschappen doen, koken en reizen met het openbaar vervoer. “Om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen en vroegtijdige zorgkosten te vermijden, is het belangrijk te weten welke factoren op een positieve manier kunnen bijdragen aan de gezondheid van deze ouderen”, zegt promovendus Astrid Schop-Etman.

Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van de Survey on Health Ageing and Retirement in Europe (SHARE) en 430 thuiswonende 65-plussers uit Spijkenisse die deelnamen aan de Elderly and their Neighborhood (ELANE) studie van 2011 tot 2013. De resultaten zijn gebaseerd op basis van vragenlijsten en buurtobservaties variërend van 400 tot 1.600 meter in de nabije woonomgeving van deze senioren.

Verschil

Schop-Etman: “Ouderen die in zo’n beweegvriendelijke buurt wonen, bewegen per dag bijna een kwartier meer dan ouderen die in een minder groene en beweegvriendelijke omgeving wonen. Dat is een aanzienlijk verschil, want meer dan de helft van de Nederlandse kwetsbare ouderen beweegt minder dan drie keer per maand op een lage intensiteit, dat is bijvoorbeeld wandelen of tuinieren. Terwijl de Nederlandse Norm Gezond Bewegen voor 55-plussers tenminste vijf dagen per week een half uur matig intensief bewegen voorschrijft.”

Er zijn veel verschillende programma’s om mensen meer te laten bewegen. Bijna één op de tien mensen die wordt bereikt, gaat deelnemen en daarvan blijft 80 procent meedoen. “Conclusie is dus dat mensen die eenmaal zijn begonnen met bewegen, heel loyaal zijn dit vol te houden. Dit kan voor gemeenten belangrijke informatie zijn, voordat zij dergelijke programma’s starten”, aldus Schop-Etman.